Eén van de vier fases van het model van Geweldloze Communicatie is het benoemen van gevoelens. De afgelopen 8000 jaar heeft de mensheid weinig aandacht besteed aan training in het verwoorden van gevoelens. In zakelijke omgevingen zijn gevoelens al helemaal taboe. Uitspraken als “Ik ben boos” of ‘Ik voel verdriet” ervaren we al gauw als zware statements. Het onbewuste idee is: gevoelens zijn privé, en privé hoort thuis en niet op het werk. Dit misverstand creëert uiteindelijk veel ellende op de werkvloer.

 

Pseudo-gevoelens

Effectief woorden geven aan gevoelens (en überhaupt voelen wat je voelt) komt op verschillende manieren terug tijdens mijn trainingen. Een bijzondere invalshoek daarbij is het traceren van zogenaamde pseudo-gevoelens. Pseudo-gevoelens zijn oordelen vermomd als gevoelens. Een voorbeeld van zo’n pseudo-gevoel is elke zin die begint met “Ik heb het gevoel dat…”. Er volgt dan namelijk nooit een gevoel, maar altijd een oordeel. “Ik heb het gevoel dat jij mij niet serieus neemt” is geen gevoelsbeschrijving, maar een oordelende analyse: “Jij neemt mij niet serieus”. Mogelijk speelt verdriet mee, maar het echte gevoel wordt niet verwoord.

 

Vermomde oordelen

Het pseudo aspect wordt nog duidelijker in dit voorbeeld: “Ik heb het gevoel dat jij een etter bent”. Ook dit is geen emotie-beschrijving (zoals ‘boos’), maar een oordeel: “Jij bent een etter”. In de zin “Ik heb het gevoel dat…” verwijst het woord ‘gevoel’ dus niet echt naar een gevoel, maar meer naar een wat zoekende gedachte. Het woord ‘gevoel’ wekt de suggestie dat de spreker zich kwetsbaar opstelt, en er bovendien geen discussie mogelijk is (een gevoel is nu eenmaal een gevoel). Maar eigenlijk krijgt de ontvanger een verbaal pak slaag.

 

Oordelen herkennen en verwelkomen

Toch kan de geweldloze luisteraar opgewekt zijn een pseudo-gevoel aan te horen. Er is namelijk uiting gegeven aan iets dat leeft in de spreker, én er is een aanknopingspunt: het vermomde oordeel kan worden onderzocht. Met geweldloze oren kan worden doorgevraagd naar oprechte gevoelens en behoeftes. En daar kan dan weer een goed gesprek uit voortkomen.